|
|
|
Vorming voor ambtenaren
Doelstelling
Het CWRL stelt graag zijn expertise ter beschikking van derden.
Daarom organiseert het CWRL seminaries voor ambtenaren die hun
beroepsexpertise wensen te optimaliseren.
- De seminaries richten zich tot alle ambtenaren in alle
graden van de diverse administratieve overheden. Zij wensen
in het kader van de permanente vorming hun professionele
expertise te optimaliseren. Er is geen specifieke
vooropleiding vereist.
- de seminaries worden aangepast aan de behoeften van de
dienst
- Er wordt door de docent vooraf een syllabus ter
beschikking gesteld van de deelnemers. Het studiemateriaal
wordt in overleg met de opdrachtgever gekozen, en bestaat
voornamelijk uit teksten die de deelnemers binnen hun
diensten gebruiken.
- Deze syllabus bevat het werkmateriaal dat tijdens de
sessies wordt behandeld. Het werkmateriaal bestaat ook uit
praktische oefeningen die door de deelnemers vóór de
zitting worden voorbereid en tijdens het seminarie worden
behandeld, aangevuld met de concrete praktijkervaringen van
de deelnemers.
- Gelet op het praktische en interactieve karakter van het
seminarie wordt het aantal deelnemers beperkt tot 25. Het
minimum aantal bedraagt 10. De deelnemers ontvangen een
certificaat.
- Op het einde van het seminarie wordt een anonieme en
vertrouwelijke evaluatie gemaakt door alle deelnemers.
Beschikbare seminaries
Ambtelijke communicatie
Een goed organisatie van relatie tussen de burger en de
administratieve overheden, van de relaties tussen
verschillende besturen onderling en van de relaties binnen de
verschillende besturen veronderstelt een heldere en
doeltreffende communicatie. Gelet op het doorgaans
schriftelijke karakter van deze communicatie, beoogt dit
seminarie via een praktische opleiding van de ambtenaren van
alle administratieve overheden en op alle bestuurlijke
niveau's deze communicatie te optimaliseren. Dit seminarie
wordt opgebouwd rond twee centrale assen, de voorbereiding van
de communicatie via het communicatieplan enerzijds en de
uitvoering van dit plan dat zijn weerslag vindt in een
geschreven tekst. Hierbij wordt gestreefd naar een maximale
eenvoud en duidelijkheid van de tekst, om op die manier bij te
dragen tot een effectieve en efficiënte werking van de
verschillende besturen.
Het seminarie beoogt via een praktische opleiding de
normerende activiteit van de federale en gedecentraliseerde
overheid (wetten, decreten, ordonnanties,
uitvoeringsbesluiten, omzendbrieven, formulieren, etc.) te
optimaliseren. De overvloed aan formele en materiële
wetgeving staat immers in een omgekeerd evenredig verband met
de kwaliteit ervan. Een verbetering van de kwaliteit van
wetgeving heeft een directe weerslag op de relatie tussen
burger en overheid, en komt de kwaliteit van het bestuur ten
goede. Op die manier wordt bijgedragen aan de vergroting van
de rechtszekerheid die geldt als een van de belangrijkste
waarden in het democratisch besluitvormingsproces.
Naast een zuiver legistieke benadering is de doelstelling
van het seminarie tevens een sensibilisering voor de eenvoud
en de begrijpelijheid van de tekst, de taalkundige kwaliteit
en de samenhang ervan met andere normatieve teksten en de
toepasbaarheid resp. handhaafbaarheid van de norm.
Motiveringsplicht
Het seminarie beoogt via een praktische opleiding de
motivering te optimaliseren van de individuele besluiten van
administratieve overheden van alle bestuurlijke niveau's,
zowel federale, gedecentraliseerde of geregionaliseerde
niveau's (Koninklijke besluiten, besluiten van de Vlaamse
regering, ministeriële besluiten, besluiten van de bestendige
deputaties, provincieraadsbesluiten, gemeenteraadsbesluiten,
besluiten van het college van burgemeester en schepenen,
besluiten van de gouverneur en van de burgemeester, besluiten
van intercommunales, van ambtenaren met een welomschreven
opdracht). Deze besluiten kunnen zich in diverse vormen
aandienen: politiemaatregel, vergunning, gebod of verbod,
intrekking of aanpassing van een vergunning, benoeming,
ontslag, tuchtmaatregel, etc.
Een adequate motivering heeft als doel dat individuele
maatregelen kunnen aanvaard worden door de personen die zij
betreffen, resp. een rechterlijke toetsing kunnen doorstaan.
Een dergelijke maatregel dient bijgevolg te worden ondersteund
door de erin uitgedrukte motieven, zowel in feite als in
rechte. De motiveringsplicht op basis van een zorgvuldige
informatie over de feitelijke en de juridische elementen en
een afweging daarvan vormt een wezenlijk onderdeel van een
rechtsstatelijk bestuur en een optimalisering ervan leidt tot
een verbetering van de relaties tussen burger en bestuur
enerzijds en tussen besturen onderling anderzijds.
Kwaliteitsvolle motivering verhoogt tevens de rechtszekerheid,
die als een van de belangrijkste waarden in een democratisch
besluitvormingsproces geldt.
Een adequate motivering dient te worden uitgedrukt in een voor
iedereen begrijpelijke tekst, die in sommige gevallen in
overeenstemming dient te zijn met wettelijke vormvereisten,
zoals adviezen, etc. Op een dergelijke wijze worden
motiveringsgebreken, zoals onduidelijkheid of
tegenstrijdigheid in de motieven, gebrek aan grondslag, etc.
voorkomen.
In dit seminarie komen de volgende punten aan bod:
- de normatieve grondslag van de verplichting tot motivering
van bestuurshandelingen
- de beginselen van de motiveringsplicht (toepassingsgebied,
uitzonderingen, aard en draagwijdte van de
motiveringsplicht, sancties)
- de rechtspraak van de Raad van State en de gewone hoven en
rechtbanken met inbegrip van het Hof van Cassatie en het
Arbitragehof inzake de motivering van bestuurshandelingen
- praktische toepassingen met betrekking tot de
motiveringsplicht : gevallenstudie, uit te werken
opdrachten, discussie
Regulering door locale besturen
Het seminarie beoogt via een praktische opleiding de
regulerende activiteiten van de ambtenaren van locale besturen
te optimaliseren. Regulerende activiteiten leiden tot
normatieve teksten, waaronder worden verstaan: reglementen,
brieven, omzendbrieven, dienstnota's, beraadslagingen,
rapporten, formulieren, notulen, etc. Een verbetering op het
normatieve niveau van de externe communicatie tussen burger en
bestuur enerzijds en tussen besturen onderling anderzijds,
alsmede een gelijkaardige verbetering van de interne
communicatie binnen de administratie zelf, komt immers de
kwaliteit van het bestuur ten goede. Daardoor wordt de
rechtszekerheid, die een van de belangrijkste waarden in het
democratisch besluitvormingsproces is, verhoogd. Het
doorgedreven praktische opzet van het seminarie beoogt de
zelfwerkzaamheid van de deelnemers te stimuleren en te
activeren, zodat de verworven expertise direct kan worden
toegepast in de beroepspraktijk.
Bemiddeling versus procedure
Juridische hulpverlening door de advoaat wordt meestal
vereenzelvigd met procedures. Dit vormt echter slechts een
beperkt onderdeel van de werkzaamheid en de mogelijkheden die
de advocaat ter beschikking heeft.
Het grote voordeel tegenover een procedurele aanpak is dat
bemiddeling toelaat de standpunten van de verschillende
actoren in een conflictsituatie informeel naast elkaar te
leggen, te bespreken en af te wegen.
Bemiddeling leidt vaker dan een procedure tot een compromis of
vergelijk. Niemand wordt gedwongen iets te doen, in
tegenstelling tot een procedurele beslechting. Daarin wordt
meestal minstens één partij tot een bepaalde handeling
gedwongen.
De taak van de bemiddelaar bestaat erin partijen ertoe te
bewegen hun standpunten te formuleren, kritiek te uiten op het
standpunt van andere partijen. Hij helpt de partijen om zelf
alternatieve voorstellen te formuleren. Hij vat tussentijds de
standpunten samen, wijst op reeds bereikte akkoorden en zorgt,
in het algemeen, voor de efficiënte voortgang van de dialoog.
Anders dan in een procedurele benadering neemt de bemiddelaar
een zo neutraal mogelijk standpunt in. Hij dient immers alle
partijen naar een situatie te begeleiden waarin ze zich kunnen
herkennen. Dit levert immers de beste garanties op voor het
vrijwillig nakomen van de gemaakte afspraken.
Bemiddeling is niet gratis. Het grote voordeel echter is dat
het in ieder geval minder duur is dan een procedure. Bij
bemiddeling spelen alle partijen bovendien kort op de bal. Zij
werken constructief met elkaar in gesprekken en vermijden op
die manier de soms onverwachte of onvoorspelbare afloop van
een procedure. Bovendien verloopt bemiddeling, door de steeds
groter wordende gerechtelijke achterstand, veel sneller dan
een procedure.
Digitale wetgeving: een agenda voor de toekomst
Wetgeving speelt een centrale rol in onze rechtstaat en haar transparantie, toegankelijkheid en correcte toepassing zijn van primordiaal belang in onze democratie. Onze maatschappij wordt echter geconfronteerd met grote hoeveelheden wetgeving. Omwille van de groeiende complexiteit van de samenleving wordt wetgeving steeds gecompliceerder en wijzigt zij veelvuldig. Men doet steeds meer en meer beroep op de informatietechnologie voor het opzoeken van wetgeving en haar toepassing.
Wetgeving wordt opgeslagen in grote databanken. Vele van hen zijn reeds toegankelijk via het World Wide Web en dus toegankelijk voor de gewone burger. Deze databanken worden meestal doorzocht op basis van woorden en de wetteksten worden dikwijls ontsloten door selectie van hun classificatiecodes, titels van akten en nummers van rubrieken of artikels.
Wanneer de databank ook de gewijzigde teksten van de wetgevingsakten bevat, kunnen deze teksten worden geselecteerd die geldig zijn op een bepaalde datum. In beperkte mate wordt wetgeving ook manueel vertaald naar expliciete kennisregels die worden gebruikt in expertsystemen, welke ook kennissystemen of beslissingsondersteunendesystemen worden genoemd.
Meer
Legistiek en Legistieke praktijk
Legistiek betreft de vorm van de wettelijke regeling. Er bestaat thans geen van overheidswege specifiek bindend en afdwingbaar globaal regelgeheel met betrekking tot de vorm van regelgeving. De bestaande regels volgen enerzijds gedeeltelijk uit een beperkt aantal wettelijke regels zelf (taalgebruik, publicatie, etc.) of worden, voor uitvoerende regelgeving, bepaald door de funderende norm.
Anderzijds bestaat, naast een document uitgaande van de diensten van de Eerste Minister, thans een informele “codex” opgesteld door de Raad van State, tezamen met een beperkte rechtsleer dienaangaande. Verder zal als richtlijn bij dit seminarie de omzendbrief van de Vlaamse overheid als uitgangspunt gelden.
De regels met betrekking tot legistiek zijn veelal technisch van aard. Het doel ervan is te komen tot eenvormige formulering, met oog voor de coherentie van het regelgeheel. Voor dit seminarie wordt het regelgeheel beperkt tot het Belgische rechtssysteem, met de meest gangbare normen (wet, decreet, KB, MB, uitvoeringsbesluiten van de gemeenschaps- en gewestexecutieven.
Naast de technische aspecten wordt de aandacht tevens toegespitst op veelvuldig voorkomende taalkundige kwesties.
Meer
Omzetting van Europese Richtlijnen
De Belgische wetgeving bestaat voor een belangrijk deel uit regels die hun oorsprong vinden in het Europees recht, onder meer in richtlijnen die in nationaal recht dienen te worden omgezet.
De meest eenvoudige methode bestaat uit een letterlijke overname van de tekst van de richtlijn (zg. “cut and paste”-methode). Nochtans laat de richtlijn doorgaans de nationale staten vrij met betrekking tot de middelen die moeten worden ingezet om de doelstelling van de richtlijn te realiseren.
Een meer rationele methode van omzetting van Europese richtlijnen bestaat dan ook in het begrijpen van de doelstellingen ervan. Tevens dient te worden onderzocht op welke wijze de meest efficiënte realisatie van die doelstellingen tot stand kan worden gebracht, zoals bijv. in de Engelse wetgevingspraktijk kan worden vastgesteld.
Aspecten van een meer rationele methode van omzetting kunnen als volgt op niet-exhaustieve wijze worden omschrijven. Bij de omzetting dient in de eerste plaats rekening te worden gehouden met het bestaande nationale rechtssyteem. Het invoegen van een nieuwe regel houdt namelijk de mogelijkheid in dat er inconsistenties ontstaan met bestaande normen. Er kan niet worden van uitgegaan dat deze inconsistenties door de rechtspraak zullen worden weggeïnterpreteerd. Dergelijke inconsistenties kunnen zich voordoen op het niveau van de norm (contradicties tussen regels), maar kunnen ook het gevolg zijn van onzorgvuldig taalgebruik. Het gebruik van eenvormige terminologie op het nationale niveau dient te worden nagestreefds, naast andere aspecten van regelingstechnische aard.
Meer
Wetgevingsbeleid
De belangrijkste aspecten van dit seminarie zijn het institutionele kader van regelgeving en de aangewende technieken en relatie tussen de gekozen doelstelling en het aangewende middel. Beide aspecten zijn met elkaar verbonden in die zin dat kennis van het institutionele kader van de regelgeving een weerslag heeft op de keuze van de aangewende technieken. Daarbij horen tevens de zg. legislatieve nazorg en systematiserings-technieken.
In het eerste onderdeel dat betrekking heeft op het institutionele kader wordt een overzicht gegeven van de instellingen en de aard van de normen die zij tot stand brengen. Naast de klassieke wetgevers (federaal, gewest- en gemeenschapsniveau, provincie, gemeente, etc.) die normen uitvaardigen in de formele en materiële zin, bestaan er een groot aantal actoren die normerend actief zijn (bijv. zelfstandige overheidsbedrijven, “agencies” zoals het voedselagentschap, etc.) of geweest zijn (bijv. agglomeraties en federaties van gemeenten). Aan de hand van een status questionis van dit institutionele kader wordt aangegeven welke soorten normen operationeel zijn in het rechtssysteem.
Bij dit institutionele kader behoren de justitiële en bestuurlijke overheden en jurisdicties die de uitgevaardigde normen toepassen of uitvoeren.
Op grond van deze inventariserende beschrijving die resulteert in een omschrijving van de aard van de bestaande normen, wordt een kader geschetst waarin wetgevingsbeleid kan worden geplaatst.
Een beleidsmatige vorm van wetgeving veronderstelt dat in de eerste plaats wordt vastgesteld welke het gepaste niveau is van regelgeving. Hierbij speelt de hiërarchische structuur binnen het institutionele kader een belangrijke rol. Deze hiërarchie is institutioneel van aard en ververbonden met de bronnenstructuur van het rechtssysteem.
Er bestaat in dit verband bijv. een aanzienlijk verschil al naargelang een regeling wordt uitgevaardigd op het niveau van de wet of op een lager niveau. Ook wat betreft de keuze van de techniek (een gewone wet met een omstandige en concrete regeling, kaderwet, opdrachtswet die een executieve machtigt een regeling uit te vaardigen, etc.).
Meer
|
|
| © Copyright 2004 - 2005
|