Voorstelling
Franqui- leerstoel 2002-2003
Medewerkers en contactpersonen
Publicaties van het CWRL
Interuniversitaire projecten
Symosia en Workshops
Montesqieuprijs
Internationale projecten
Vorming voor ambtenaren
Journal Legisprudence
Onderzoek
Databanken
Library Online
CWRL netwerk
 

 

 

 

Vorming voor ambtenaren

Doelstelling

Het CWRL stelt graag zijn expertise ter beschikking van derden. Daarom organiseert het CWRL seminaries voor ambtenaren die hun beroepsexpertise wensen te optimaliseren.
  • De seminaries richten zich tot alle ambtenaren in alle graden van de diverse administratieve overheden. Zij wensen in het kader van de permanente vorming hun professionele expertise te optimaliseren. Er is geen specifieke vooropleiding vereist.
  • de seminaries worden aangepast aan de behoeften van de dienst
  • Er wordt door de docent vooraf een syllabus ter beschikking gesteld van de deelnemers. Het studiemateriaal wordt in overleg met de opdrachtgever gekozen, en bestaat voornamelijk uit teksten die de deelnemers binnen hun diensten gebruiken.
  • Deze syllabus bevat het werkmateriaal dat tijdens de sessies wordt behandeld. Het werkmateriaal bestaat ook uit praktische oefeningen die door de deelnemers vóór de zitting worden voorbereid en tijdens het seminarie worden behandeld, aangevuld met de concrete praktijkervaringen van de deelnemers.
  • Gelet op het praktische en interactieve karakter van het seminarie wordt het aantal deelnemers beperkt tot 25. Het minimum aantal bedraagt 10. De deelnemers ontvangen een certificaat.
  • Op het einde van het seminarie wordt een anonieme en vertrouwelijke evaluatie gemaakt door alle deelnemers.


Beschikbare seminaries

Ambtelijke communicatie

Een goed organisatie van relatie tussen de burger en de administratieve overheden, van de relaties tussen verschillende besturen onderling en van de relaties binnen de verschillende besturen veronderstelt een heldere en doeltreffende communicatie. Gelet op het doorgaans schriftelijke karakter van deze communicatie, beoogt dit seminarie via een praktische opleiding van de ambtenaren van alle administratieve overheden en op alle bestuurlijke niveau's deze communicatie te optimaliseren. Dit seminarie wordt opgebouwd rond twee centrale assen, de voorbereiding van de communicatie via het communicatieplan enerzijds en de uitvoering van dit plan dat zijn weerslag vindt in een geschreven tekst. Hierbij wordt gestreefd naar een maximale eenvoud en duidelijkheid van de tekst, om op die manier bij te dragen tot een effectieve en efficiënte werking van de verschillende besturen.

Het seminarie beoogt via een praktische opleiding de normerende activiteit van de federale en gedecentraliseerde overheid (wetten, decreten, ordonnanties, uitvoeringsbesluiten, omzendbrieven, formulieren, etc.) te optimaliseren. De overvloed aan formele en materiële wetgeving staat immers in een omgekeerd evenredig verband met de kwaliteit ervan. Een verbetering van de kwaliteit van wetgeving heeft een directe weerslag op de relatie tussen burger en overheid, en komt de kwaliteit van het bestuur ten goede. Op die manier wordt bijgedragen aan de vergroting van de rechtszekerheid die geldt als een van de belangrijkste waarden in het democratisch besluitvormingsproces.  

Naast een zuiver legistieke benadering is de doelstelling van het seminarie tevens een sensibilisering voor de eenvoud en de begrijpelijheid van de tekst, de taalkundige kwaliteit en de samenhang ervan met andere normatieve teksten en de toepasbaarheid resp. handhaafbaarheid van de norm.

Motiveringsplicht

Het seminarie beoogt via een praktische opleiding de motivering te optimaliseren van de individuele besluiten van administratieve overheden van alle bestuurlijke niveau's, zowel federale, gedecentraliseerde of geregionaliseerde niveau's (Koninklijke besluiten, besluiten van de Vlaamse regering, ministeriële besluiten, besluiten van de bestendige deputaties, provincieraadsbesluiten, gemeenteraadsbesluiten, besluiten van het college van burgemeester en schepenen, besluiten van de gouverneur en van de burgemeester, besluiten van intercommunales, van ambtenaren met een welomschreven opdracht). Deze besluiten kunnen zich in diverse vormen aandienen: politiemaatregel, vergunning, gebod of verbod, intrekking of aanpassing van een vergunning, benoeming, ontslag, tuchtmaatregel, etc.

Een adequate motivering heeft als doel dat individuele maatregelen kunnen aanvaard worden door de personen die zij betreffen, resp. een rechterlijke toetsing kunnen doorstaan. Een dergelijke maatregel dient bijgevolg te worden ondersteund door de erin uitgedrukte motieven, zowel in feite als in rechte. De motiveringsplicht op basis van een zorgvuldige informatie over de feitelijke en de juridische elementen en een afweging daarvan vormt een wezenlijk onderdeel van een rechtsstatelijk bestuur en een optimalisering ervan leidt tot een verbetering van de relaties tussen burger en bestuur enerzijds en tussen besturen onderling anderzijds. Kwaliteitsvolle motivering verhoogt tevens de rechtszekerheid, die als een van de belangrijkste waarden in een democratisch besluitvormingsproces geldt.

Een adequate motivering dient te worden uitgedrukt in een voor iedereen begrijpelijke tekst, die in sommige gevallen in overeenstemming dient te zijn met wettelijke vormvereisten, zoals adviezen, etc. Op een dergelijke wijze worden motiveringsgebreken, zoals onduidelijkheid of tegenstrijdigheid in de motieven, gebrek aan grondslag, etc. voorkomen.

In dit seminarie komen de volgende punten aan bod:

    • de normatieve grondslag van de verplichting tot motivering van bestuurshandelingen
    • de beginselen van de motiveringsplicht (toepassingsgebied, uitzonderingen, aard en draagwijdte van de motiveringsplicht, sancties)
    • de rechtspraak van de Raad van State en de gewone hoven en rechtbanken met inbegrip van het Hof van Cassatie en het Arbitragehof inzake de motivering van  bestuurshandelingen
    • praktische toepassingen met betrekking tot de motiveringsplicht : gevallenstudie, uit te werken opdrachten, discussie

Regulering door locale besturen

Het seminarie beoogt via een praktische opleiding de regulerende activiteiten van de ambtenaren van locale besturen te optimaliseren. Regulerende activiteiten leiden tot normatieve teksten, waaronder worden verstaan: reglementen, brieven, omzendbrieven, dienstnota's, beraadslagingen, rapporten, formulieren, notulen, etc. Een verbetering op het normatieve niveau van de externe communicatie tussen burger en bestuur enerzijds en tussen besturen onderling anderzijds, alsmede een gelijkaardige verbetering van de interne communicatie binnen de administratie zelf, komt immers de kwaliteit van het bestuur ten goede. Daardoor wordt de rechtszekerheid, die een van de belangrijkste waarden in het democratisch besluitvormingsproces is, verhoogd. Het doorgedreven praktische opzet van het seminarie beoogt de zelfwerkzaamheid van de deelnemers te stimuleren en te activeren, zodat de verworven expertise direct kan worden toegepast in de beroepspraktijk.

Bemiddeling versus procedure

Juridische hulpverlening door de advoaat wordt meestal vereenzelvigd met procedures. Dit vormt echter slechts een beperkt onderdeel van de werkzaamheid en de mogelijkheden die de advocaat ter beschikking heeft.

Het grote voordeel tegenover een procedurele aanpak is dat bemiddeling toelaat de standpunten van de verschillende actoren in een conflictsituatie informeel naast elkaar te leggen, te bespreken en af te wegen.

Bemiddeling leidt vaker dan een procedure tot een compromis of vergelijk. Niemand wordt gedwongen iets te doen, in tegenstelling tot een procedurele beslechting. Daarin wordt meestal minstens één partij tot een bepaalde handeling gedwongen.

De taak van de bemiddelaar bestaat erin partijen ertoe te bewegen hun standpunten te formuleren, kritiek te uiten op het standpunt van andere partijen. Hij helpt de partijen om zelf alternatieve voorstellen te formuleren. Hij vat tussentijds de standpunten samen, wijst op reeds bereikte akkoorden en zorgt, in het algemeen, voor de efficiënte voortgang van de dialoog.

Anders dan in een procedurele benadering neemt de bemiddelaar een zo neutraal mogelijk standpunt in. Hij dient immers alle partijen naar een situatie te begeleiden waarin ze zich kunnen herkennen. Dit levert immers de beste garanties op voor het vrijwillig nakomen van de gemaakte afspraken.

Bemiddeling is niet gratis. Het grote voordeel echter is dat het in ieder geval minder duur is dan een procedure. Bij bemiddeling spelen alle partijen bovendien kort op de bal. Zij werken constructief met elkaar in gesprekken en vermijden op die manier de soms onverwachte of onvoorspelbare afloop van een procedure. Bovendien verloopt bemiddeling, door de steeds groter wordende gerechtelijke achterstand, veel sneller dan een procedure.

Digitale wetgeving: een agenda voor de toekomst

Wetgeving speelt een centrale rol in onze rechtstaat en haar transparantie, toegankelijkheid en correcte toepassing zijn van primordiaal belang in onze democratie. Onze maatschappij wordt echter geconfronteerd met grote hoeveelheden wetgeving. Omwille van de groeiende complexiteit van de samenleving wordt wetgeving steeds gecompliceerder en wijzigt zij veelvuldig. Men doet steeds meer en meer beroep op de informatietechnologie voor het opzoeken van wetgeving en haar toepassing.

Wetgeving wordt opgeslagen in grote databanken. Vele van hen zijn reeds toegankelijk via het World Wide Web en dus toegankelijk voor de gewone burger. Deze databanken worden meestal doorzocht op basis van woorden en de wetteksten worden dikwijls ontsloten door selectie van hun classificatiecodes, titels van akten en nummers van rubrieken of artikels.

Wanneer de databank ook de gewijzigde teksten van de wetgevingsakten bevat, kunnen deze teksten worden geselecteerd die geldig zijn op een bepaalde datum. In beperkte mate wordt wetgeving ook manueel vertaald naar expliciete kennisregels die worden gebruikt in expertsystemen, welke ook kennissystemen of beslissingsondersteunendesystemen worden genoemd.

Meer

 

Legistiek en Legistieke praktijk

Legistiek betreft de vorm van de wettelijke regeling. Er bestaat thans geen van overheidswege specifiek bindend en afdwingbaar globaal regelgeheel met betrekking tot de vorm van regelgeving. De bestaande regels volgen enerzijds gedeeltelijk uit een beperkt aantal wettelijke regels zelf (taalgebruik, publicatie, etc.) of worden, voor uitvoerende regelgeving, bepaald door de funderende norm.

Anderzijds bestaat, naast een document uitgaande van de diensten van de Eerste Minister, thans een informele “codex” opgesteld door de Raad van State, tezamen met een beperkte rechtsleer dienaangaande. Verder zal als richtlijn bij dit seminarie de omzendbrief van de Vlaamse overheid als uitgangspunt gelden.

De regels met betrekking tot legistiek zijn veelal technisch van aard. Het doel ervan is te komen tot eenvormige formulering, met oog voor de coherentie van het regelgeheel. Voor dit seminarie wordt het regelgeheel beperkt tot het Belgische rechtssysteem, met de meest gangbare normen (wet, decreet, KB, MB, uitvoeringsbesluiten van de gemeenschaps- en gewestexecutieven.

Naast de technische aspecten wordt de aandacht tevens toegespitst op veelvuldig voorkomende taalkundige kwesties.

Meer

 

Omzetting van Europese Richtlijnen

De Belgische wetgeving bestaat voor een belangrijk deel uit regels die hun oorsprong vinden in het Europees recht, onder meer in richtlijnen die in nationaal recht dienen te worden omgezet.

De meest eenvoudige methode bestaat uit een letterlijke overname van de tekst van de richtlijn (zg. “cut and paste”-methode). Nochtans laat de richtlijn doorgaans de nationale staten vrij met betrekking tot de middelen die moeten worden ingezet om de doelstelling van de richtlijn te realiseren.

Een meer rationele methode van omzetting van Europese richtlijnen bestaat dan ook in het begrijpen van de doelstellingen ervan. Tevens dient te worden onderzocht op welke wijze de meest efficiënte realisatie van die doelstellingen tot stand kan worden gebracht, zoals bijv. in de Engelse wetgevingspraktijk kan worden vastgesteld.

Aspecten van een meer rationele methode van omzetting kunnen als volgt op niet-exhaustieve wijze worden omschrijven. Bij de omzetting dient in de eerste plaats rekening te worden gehouden met het bestaande nationale rechtssyteem. Het invoegen van een nieuwe regel houdt namelijk de mogelijkheid in dat er inconsistenties ontstaan met bestaande normen. Er kan niet worden van uitgegaan dat deze inconsistenties door de rechtspraak zullen worden weggeïnterpreteerd. Dergelijke inconsistenties kunnen zich voordoen op het niveau van de norm (contradicties tussen regels), maar kunnen ook het gevolg zijn van onzorgvuldig taalgebruik. Het gebruik van eenvormige terminologie op het nationale niveau dient te worden nagestreefds, naast andere aspecten van regelingstechnische aard.

Meer

Wetgevingsbeleid

De belangrijkste aspecten van dit seminarie zijn het institutionele kader van regelgeving en de aangewende technieken en relatie tussen de gekozen doelstelling en het aangewende middel. Beide aspecten zijn met elkaar verbonden in die zin dat kennis van het institutionele kader van de regelgeving een weerslag heeft op de keuze van de aangewende technieken. Daarbij horen tevens de zg. legislatieve nazorg en systematiserings-technieken.

In het eerste onderdeel dat betrekking heeft op het institutionele kader wordt een overzicht gegeven van de instellingen en de aard van de normen die zij tot stand brengen. Naast de klassieke wetgevers (federaal, gewest- en gemeenschapsniveau, provincie, gemeente, etc.) die normen uitvaardigen in de formele en materiële zin, bestaan er een groot aantal actoren die normerend actief zijn (bijv. zelfstandige overheidsbedrijven, “agencies” zoals het voedselagentschap, etc.) of geweest zijn (bijv. agglomeraties en federaties van gemeenten). Aan de hand van een status questionis van dit institutionele kader wordt aangegeven welke soorten normen operationeel zijn in het rechtssysteem.

Bij dit institutionele kader behoren de justitiële en bestuurlijke overheden en jurisdicties die de uitgevaardigde normen toepassen of uitvoeren.

Op grond van deze inventariserende beschrijving die resulteert in een omschrijving van de aard van de bestaande normen, wordt een kader geschetst waarin wetgevingsbeleid kan worden geplaatst.

Een beleidsmatige vorm van wetgeving veronderstelt dat in de eerste plaats wordt vastgesteld welke het gepaste niveau is van regelgeving. Hierbij speelt de hiërarchische structuur binnen het institutionele kader een belangrijke rol. Deze hiërarchie is institutioneel van aard en ververbonden met de bronnenstructuur van het rechtssysteem.

Er bestaat in dit verband bijv. een aanzienlijk verschil al naargelang een regeling wordt uitgevaardigd op het niveau van de wet of op een lager niveau. Ook wat betreft de keuze van de techniek (een gewone wet met een omstandige en concrete regeling, kaderwet, opdrachtswet die een executieve machtigt een regeling uit te vaardigen, etc.).

Meer

 

 

 

 


Naar boven Printvriendelijke versie 

© Copyright 2004 - 2005